In 2010 had ik een miskraam. Ik had lang gezocht naar de liefde van mijn leven en de zwangerschap liet op zich wachten. Toen ik eenmaal zwanger was, had ik geen seconde rekening gehouden met het feit dat het mis kon gaan. Het was eindelijk zover, mijn droom ging werkelijkheid worden!

Moederdag

Op moederdag was ik 8 weken en vertelden wij bij mijn moeder in de tuin het fijne nieuws aan de familie. Een week of drie later waren we bij de verloskundige. Tijdens de echo bleek het hartje niet meer te kloppen en we werden naar huis gestuurd met de boodschap dat het ‘vanzelf wel los zou komen en dat we anders maar even moesten bellen’.

Verdoofd gingen we naar huis. Onderweg stopten we bij een supermarkt voor wijn en chocola. Ik belde mijn vriendin -die ongeveer net zo lang zwanger was- en vertelde haar het verdrietige nieuws. Ze vroeg me wat ik nu ging doen. Ik vertelde haar wat ik van de verloskundige te horen had gekregen, dus gewoon naar huis en afwachten. Dat er alternatieven waren, was ons niet verteld. Mijn vriendin gaf aan dat we direct naar de huisarts moesten gaan en daar moesten informeren naar de mogelijkheden. Dit hebben we gedaan en daar besloot ik dat ik liever een curettage wilde dan afwachten.

Herkenning

De volgende dag in het UMC ben ik gecuretteerd. Het was kort. Het was rustig. Thuis heb ik de dagen die volgden als in roes beleefd. Veel ervan kan ik me gewoon niet meer herinneren. Wat me echter nog zeer helder voor de geest staat, is de grote hoeveelheid liefde en herkenning van de mensen om ons heen. Omdat we het direct van de daken hadden geschreeuwd, moesten we nu ook een flink aantal mensen vertellen dat het mis was gegaan. De een na de ander bleek ook een of meerdere miskramen te hebben gehad. Twee vrouwen bleken tijdens het afwachten een heel heftige bloeding te hebben gehad en waren blij dat ik voor een curettage had gekozen. Een ander vertelde me dat ze juist zo’n troost had gevoeld toen ze van het kindje in haar buik rustig afscheid kon nemen en heeft kunnen zien toen het eenmaal was geboren.

De verloskundige heb ik niet meer gesproken. Ik denk oprecht niet dat ik er enorme behoefte aan had, maar het viel me wel op. Stel je nou voor dat ik het nog niet had gedeeld, dan was het misschien wel heel fijn geweest als iemand eens belde om te vragen hoe het nu met me ging. Ook heb ik vrede met mijn keuze voor curretage, maar ik had graag direct alle opties uitgelegd gekregen.

Angst

De maanden gingen voorbij en hoera, ik bleek weer zwanger! Het uitroepteken heb ik echter toen niet ervaren. Vanaf het moment van de positieve zwangerschapstest, wist ik direct dat ik mijn onschuld op gebied van zwangerschap voorgoed was kwijtgeraakt. Ik was bang. Ik deelde het deze keer slechts met een heel klein clubje. Bij elk krampje schoot ik in de paniek. En toen bij de eerste echo bleek dat het hartje niet klopte, kon ik volgens mij niet eens echt huilen. Alsof het geluk nog niet echt was toegelaten. Dus ik kon het ook niet verliezen, zoiets.

 

De derde positieve test voelde weer heel spannend. Zou het deze keer goed gaan? Was driemaal is scheepsrecht ons geluk? Gedurende 38 weken zag ik mijn lichaam veranderen, mijn buik groeien. Maandenlang ging ik zeer regelmatig naar de verloskundige. (we waren ondertussen verhuisd en bij de lieve dames van Anno Den Haag voelde ik me veilig en fijn). Ik voelde ons kind trappelen en bewegen. Daar genoot ik van. Al bleef de onrust. Ik had weinig nodig om me onzeker te voelen. En heel eerlijk? Pas toen ik was bevallen van een gezonde zoon durfde ik echt te geloven dat het goed was gegaan. Toen pas..

Rouw

Wat me heeft verbaasd, is hoe mijn miskramen altijd bij me zijn. Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan denk. De dochter van mijn vriendin die net zo oud is als onze eerste geweest zou zijn. De verwarrende wetenschap dat onze zoon er niet zou zijn geweest als het de eerste keer goed zou zijn gegaan. De opmerkingen van anderen als ik mijn angst weleens uitte over ‘dat ik toch al een kind had?’ (Na de geboorte van onze zoon had ik een derde miskraam) De opmerkingen over ‘dat ik dan maar eerder aan kinderen had moeten beginnen’. De opmerkingen over ‘dat 8 weken nog niet echt heel ver is’. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is echt een beladen onderwerp dat meer aandacht verdient.

 

Voor hen die het nodig hebben, wil ik er graag zijn. In mijn praktijk werk ik al een aantal jaren met gezinnen waar iemand ontbreekt. Soms is dat ok en brengt het geen onrust. Soms echter wel. Een kind dat voelt dat het niet op zijn of haar plek staat, kan zich wankel voelen. Een ouder die zich niet gesteund voelt in zijn of haar verdriet over een ongeboren kind, is niet 100% beschikbaar voor het gezin. En -misschien nog wel het belangrijkst- rouw is iets dat aandacht verdient. Dat geleefd moet worden. Dat genomen mag worden. Je hebt recht op rouw. Je mag zichtbaar zijn in je verdriet. Het kindje dat er niet meer is, doet er toe. Het verdient een plek.

Kan ik iets voor je doen?

Kan ik iets voor je doen? Wil je vertellen? Ik luister. Wil je huilen? Ik laat je. Wil je boos zijn? Ik laat je. Wil je erkenning? Ik geef het je. Wil je rust? Samen vinden we.